Categoriearchief: ziekenhuis

Verwend

In het ziekenhuis moeten overnachten, is nooit leuk, maar af en toe zijn er kleine dingen die het verblijf een tikkeltje aangenamer maken. Gisteren zorgde verpleger W al voor een playstation op de kamer, vandaag bracht verpleegster A niet alleen taart mee voor haar collega’s, maar werden ook wij verwend met lekker chocoladegebak. Daarnaast haakte een lieve dame op iemands vraag een schattige giraf die nu de ziekenhuiskamer opvrolijkt. 

Al die kleine zaken fleuren een saaie zaterdag wat op en zorgen er voor dat de lange uren toch wat sneller vooruit gaan. Ondertussen doet de antibiotica hopelijk haar werk en leggen de beestjes eindelijk definitief het loodje.

1, 2, 3, 4…

Onze held heeft last van vieze bacteriebeesten. Niet één, niet twee, zelfs geen drie, maar vier van die krengen hebben de weg gevonden naar haar lijf. Vorige week zondag kreeg ze koorts, de urine zag er vreemd uit en midden op de dag viel ze tijdens het bekijken van een film pardoes in slaap. Er begon een eerste alarmbel te rinkelen. Op maandag werd de huisarts ingeschakeld en er gebeurde overleg op  hoog niveau tussen alle diensten die zich met onze dochter bezig houden. Een urinestaal vertrok naar het labo en toen startte het wachten op resultaat. In afwachting gaven we al extra vocht om de blaas te spoelen in de hoop dat alles opgelost zou raken. Dinsdag leek het te beteren, woensdag beleefde ze een prachtige dag dank zij studio Nona, maar tegen een uur of vijf was onze prinses haar pijp uit. De koorts stak terug de kop op, de urineproblemen leken weer groter. Gelukkig kwam op donderdag de huisarts langs. Die liet weten dat er al zeker twee, maar waarschijnlijk weer drie beesten in de urine zaten. De artsen in Brussel hadden al besloten dat een éénmalige dosis antibiotica misschien wel soelaas kon bieden. Ik liet ook nog even de poort zien die ook weer vreemd deed, maar huisartsen weten jammer genoeg niet zoveel van poortkatheters, dus vertrok er ook een bericht met foto naar Koester.  Zij schakelden op hun beurt op vrijdag het team van het uz in. Even naar Brussel leek de beste optie om zo rustig het weekend in te kunnen gaan.

Een kanjer van een misrekening…  Het moment dat de radioloog de woorden ‘ik zie geen vocht, maar wel een ontsteking’ uitsprak, wist ik hoe laat het was. Dochterlief keek sip, ik reed nog maar eens huiswaarts om de hele verhuis te doen. De antibiotica is opgestart, we logeren hier al zeker tot maandag. Hopelijk toont de echo een dan geruststellender beeld. In afwachting kunnen we weer maar eens enkel hopen en duimen dat we snel weer thuis zijn.

Ons meisje houdt van dieren, maar bacteriën behoren echt niet tot haar favorieten, jammer genoeg houden die beesten wel heel hard van ons meisje.

Bezoek

Al een paar weken ging het wat moeilijker. Haar temperatuur verhoogde wat, de misselijkheid verergerde, de pijn stak opnieuw feller de kop op. Haar bed verhuisde weer vaker naar de woonkamer. De huisarts besloot om toch maar een urinestaal binnen te brengen en ook deze keer trok onze dochter het groot lot. Niet één of twee, maar liefst drie beesten hadden het gezellig gemaakt ter hoogte van haar nieren en bouwden er een gezellig feestje. Onze prinses haar lichaam kon ze nog net in toom houden zodat ze de buren niet stoorden, maar de artsen besloten dat dit niet te lang meer mocht duren. Een grote aanval van de indringers zou het lichaam van onze held niet meer aankunnen. Het ons welbekende antibioticum Tazobactram moest weer opgestart worden. Hals over kop vertrokken we richting uz en installeerden we ons in onze vertrouwde kamer 44.

De antibiotica drupt langzaam in en mijn gedachten vliegen weer alle richtingen uit. Deze namiddag speelden we thuis nog gezelschapsspelen en amper een paar uur later ziet alles er plots heel anders uit. We hopen dat we de kuur vanaf morgen thuis kunnen afwerken. Dat wil dan zeggen dat de nachten extreem kort zullen zijn en de dagen weer wat voller, maar gelukkig hebben we nadien iets om naar uit te kijken en lijkt een stukje vakantie er toch in te zitten…

Geduld

Een tintelend gevoel bij het inlopen van de medicatie en de voeding, een temperatuur die flirtte met de 38° en een dochter die zich lamlendig voelde. Het deed alle alarmbellen in mijn hoofd rinkelen. De huid onder de pleister leek ook wat rood. Om tien uur ’s avonds besloot ik om toch maar een hulplijn in te schakelen. Verpleegster A raadde mij aan om de naald er uit te halen en even af te wachten. Steeg de koorts in de loop van de nacht dan moest ik terug bellen. Gelukkig bleef de nacht rustig. 

Deze ochtend wou ik herprikken, maar ik twijfelde. De temperatuur was nog steeds iets te hoog en dochterlief lag te klappertanden. De hulplijn werd weer gecontacteerd, de dokter werd geraadpleegd en wat ik al voelde aankomen in mijn kleine teen, klopte. Valiezen werden gepakt, knuffels verzameld en opladers gezocht. Onze kamer in ons buitenverblijf werd al klaar gemaakt. 

Aangekomen werden we in strikte isolatie geplaatst. Ach ja, koorts is een symptoom van covid-19 (en van honderden andere infecties) en er werd ook een covid-test afgenomen van onze held. Niet dat iemand denkt dat dit het probleem is, maar protocol is protocol (en bij dit beest neem je maar best geen risico). De zaalarts bekeek de poort en vroeg wat er aan de hand was, vervolgens bestudeerde de chirurg de poort en liet ons het verhaal nog eens vertellen. We zagen hierna een volgende zaalarts die kwam zeggen dat er een echo zou volgen en dat ze bloed nodig hadden voor het labo. Aangezien de poort niet aangeprikt was, werd een vinger aangesproken als bloedleverancier. Drie tubes bloed druppel per druppel vullen, blijkt een echt monikenwerk. En toen startte het wachten…

Een paar uur later wees de echo uit dat er geen abces te bespeuren viel en dat ook bloedstolsels niet te vinden waren. Alleen lag de poort wel een kwartslag gedraaid, maar dat wist ik proefondervindelijk al een paar maanden. In het bloed waren de ontstekingswaarden lichtjes verhoogd, maar er was niets ernstigs te zien. Nog even de poort aanprikken en we zouden naar huis kunnen. Alleen…

De naald liet op zich wachten, lang wachten. Gelukkig was er wel nog eten voorzien, want pas rond half zes konden drie schatten van verpleegsters onze prinses na het prikken en nog een kweek naar het labo te brengen, huiswaarts sturen. Ze voelde zich immers beter, de temperatuur was aanvaardbaar en de poort werkte.

Om half zeven waren we thuis, doodmoe, maar opgelucht. Tot ze om zeven uur in bed lag en ze het weer koud kreeg. Haar temperatuur blijkt toch weer gestegen. Zucht…

Uitstap

Het vieze coronabeest is ons huis nog niet binnen geraakt. Onze veilige cocon bleek voldoende om iedereen gezond te houden. Al onze inspanningen leken toch wat op te brenen.

En toch… zitten we in ons vertrouwde uz. Al een paar weken zagen we het gewicht van onze held langzaam stijgen, ze kreeg een dikkere buik, voelde zich krachtloos en slap. Kreeg weer vaker hoofdpijn en gisteren is ze het bed niet uit geweest. Sinds maandag was er al overleg met de artsen. Er werd al eens lasix bij gegeven, ik bracht nog maar eens een bloedstaal naar het labo, er werd nog wat meer overlegd en toen kwamen de bloedresultaten. Er is geen infectie (gelukkig), maar er waren wel tekorten. Albumine bleek toch wat laag te staan en ijzer was ook niet meer vindbaar. Gisteravond hakten de artsen de knoop door, een ziekenhuisopname kon niet meer uitgesteld worden. Deze ochtend kwam de huisarts de verwijsbrief brengen en pakte ik in. Klokslag twaalf uur reed ik een vrijwel lege parking terug op. 

Op de dienst spoedgevallen was het onwerkelijk stil, in de gangen zie je op een eenzame medewerker na, niemand. Op onze afdeling klinkt geen kindergehuil of hollende voetstappen. We lijken wel de enigen in het hele kinderziekenhuis. 

De albumine drupte al zes uur lang in, morgen wordt het bloed weer gecontroleerd. We kunnen enkel hopen dat alles snel weer stabiliseert en we over een lege autosnelweg opnieuw richting ons kleine dorpje kunnen waar iedereen op nummer achttien hoopt dat we weer snel samen Catan kunnen spelen.

Het zoveelste

Na vijf prachtige dagen met een dochter die er steeds beter uitzag, werden we vandaag weer met beide voeten op de grond gezet. Reeds gisteravond merkte ik op dat haar buik een rode vlek vertoonde, maar we maakten ons nog geen zorgen. Dochterlief voelde zich super, had geen koorts en wou vooral geen gedoe. 

Deze ochtend ging ze uitgebreid in bad, een schuimpje hier, een zalfje daar, een geurtje,  kleurlampjes en fijne muziek. Meer heb je niet nodig om te ontspannen. Na het badderen was het tijd voor de wondverzorging en zagen we… een rode vlek, maar nog erger, ook een etterpuistje en een onderhuidse plek met etter. Alle alarmbellen rinkelden keihard. Het overleg met Brussel startte. Ze waren niet echt ongerust. Onze held was immers nog steeds koortsvrij. Rond de middag rinkelden niet enkel de alarmbellen, ook de flikkerlichten sloegen aan. De urine kleurde donkerrood, de urinestick sloeg alle tinten uit. Een tweede overlegronde werd opgestart en nu waren ook in Brussel al voorzichtig wat sirenes te horen. Het advies was om toch maar weer een bloedafname te laten doen en de urine en de etter op kweek te zetten. Onze prinses verhuisde met de prinsessenmobiel naar het ziekenhuis van Veurne, de chirurg aldaar las het dossier van prinses en besloot om de etter te proberen verwijderen. Het is hem gelukt (de details bespaar ik iedereen) en ik sloeg net niet groen uit. Het vuil gulpte uit de nieuw gemaakte wonde. Daarnaast bleek ook de urine toch opnieuw geïnfecteerd te zijn. De antibiotica is dus weer maar eens opgestart en de wondverzorging is nog wat complexer geworden.

Maar toch is ons meisje opgelucht. Dank zij alle zorg die ze hier krijgt, kan ze blijven genieten van de zeelucht. Ze vond het alleen jammer dat ze nu wel haar bezoek gemist heeft en daardoor niet kon knutselen. Gelukkig konden de zelfgemaakte pizza’s weer een glimlach op haar gezicht toveren en volgt er morgen hopelijk een leukere nieuwe dag.

Bijna

Nog even, nog heel even, nog één nacht, nog één middagdut. De valiezen zijn gepakt, de rolstoelen staan in de koffer, de douchestoel is ingeladen, de spelletjes liggen klaar, de medicatie is verzameld. 

Nog even, nog heel even, nog één nacht en weg is ze. Die straffe dochter van ons mag na een dikke zeven weken uitgewuifd worden. Villa Rozerood is weer een flinke stap dichterbij.

Een laatste gesprek, een afsluitende deugddoende babbel, nog even alles controleren. De papieren liggen klaar, morgen wordt er nog eens gebeld met Villa Rozerood om de puntjes op de i te zetten.

Onze held vertrekt na zeven helse weken naar haar geliefde plekje. Nog even, nog heel even en dan…

Fanclub

Dat onze held hier in het ziekenhuis geliefd is, weten we al een tijdje. Op kids één en twee werd ze in de watten gelegd en ook nu komt haar fanclub regelmatig eens op bezoek. We ondervonden echter dat er niet één maar verschillende fanclubs in het uz resideren. Zo is er ook nog eentje op dageenheid en op de dienst radiologie, kom je ook fans tegen in het operatiekwartier (die dan ook op bezoek komen op de kamer), heeft ze een hele hoop supporters bij de artsen en komen de poetsvrouwen en mannen informeren hoe het met onze pruts gaat.

Naast de leden van die fanclubs heef ze ook nog speciale fans die haar als vip (very important patient) behandelen. Zo is er hier een zeker kinesistenechtpaar dat alles voor haar doet. Ik zag een paar maanden geleden al eens een bus slagroom uit een achterzak tevoorschijn komen, maar toen de kinesist in kwestie hoorde dat onze prinses zonder chocomelk zat, bracht hij de volgende dag een zak met cadeautjes mee. Naast een reuzereep toblerone die hij van de Zwitserse gastkinesist had gekregen, zat er ook een ingepakte bus chocomelk in het zakje en een nieuwe bus slagroom. 

Ik kan iedereen verzekeren, onze dochter heeft fans, maar haar kinesist heeft ook een megafan. Een lieve dappere meid wil alles voor hem doen omdat hij haar steeds opnieuw weet op te beuren en blij te maken. Kortom, een kinesist met een megagroot hart voor zijn vipje.

Vasthouden

2019 zit er bijna op. Over een paar uur knallen de champagnekurken en wordt er gekust en gewenst. Ik voel me weemoedig en zou het liefst op de pauzeknop willen drukken. Ook al was het voorbije jaar heel heftig, toch zou ik het willen laten voortduren. Ik wil de mooie momenten van 2019 blijven vasthouden en herbeleven. Ik zou de tijd steeds opnieuw willen terugspoelen naar die vreemde maar mooie zomer, ik wil de onbezorgde week in het hoge noorden of onze avonturen in Parijs herbeleven, deliefdevolle dagen in Villa Rozerood zijn vasthouders. Maar jammer genoeg bestaat er geen pauzeknop voor het leven. Je kan enkel vooruit gaan zonder te weten wat op je afkomt. Voor ons wordt 2020 een jaar van omarmen, liefhebben en loslaten. Het zal een jaar worden van hoop en wanhoop. 2020 dient zich aan als een jaar waar we elkaar hard nodig zullen hebben.

En toch wens ik dat iedereen een mooi en warm 2020 te wachten staat. Geniet van elke dag die komt en wees blij met elke dag die geweest is. Wij gaan dat ook proberen en starten het nieuwe jaar met warme chocomelk met slagroom (dank je wel lieve kinesist!), kinderchampagne (toch een beetje feest dankzij een attente psychologe), chips en tiramisu. Smakelijk…

Ster

Lieve verpleegster, je bent een schat. Zelfs wanneer onze held een mindere dag heeft, tover jij een glimlach op haar gezicht. Je blijft met een engelengeduld telkens opnieuw haar benen goed leggen. Steeds opnieuw sta je klaar om te helpen en ondertussen met prinses een praatje te slaan.

Lieve verpleegster, ik weet het wel, dit hoort gewoon bij je werk, maar dan nog, je bent een schat.

En weet je lieve verpleegster, je krijgt van ons een extra ster op je uniform. Onze lieve schat blij maken met een Stitchbalpen staat niet in je takenovereenkomst en toch deed je het. Ze een portie zelfgemaakte spaghetti beloven en twee dagen later met een grote pot aan haar bed staan (zelfs de kaas was er bij), verdient een grote knuffel. De witloofrolletjes die je als nachtverpleegster te eten krijgt, opzij zetten voor die dappere patiënt, vinden we super. Tijdens je kostbare middagpauze even op bezoek komen in plaats van rustig je boterhammetjes op te eten, is zo lief.

Lieve lieve verpleegsters en verplegers, ze verdienen een ster op hun uniform en verlichten zo ons meisje haar soms donkere gedachten. Die lieve verpleegkundigen zijn schatten, stuk voor stuk.