Hoekje af

Ik kreeg al vaak te horen dat we een gezin zijn met een hoek af, prettig gestoord zou ook een goede omschrijving kunnen zijn.  Bij ons thuis is het zelden stil aan tafel. De maaltijden verlopen, voorzichtig uitgedrukt, nogal geanimeerd. Er wordt gelachen, gediscussieerd, ruzie gemaakt en weer bijgelegd. Aan onze tafel is altijd plaats voor extra eters en ook zij doen dan volop mee met de gesprekken.  We houden er ook van om bevriende gezinnen te ontvangen maar jammer genoeg loopt het met die afspraakjes vaak fout. Door ziekenhuistoestanden worden bijeenkomsten verplicht afgelast en ook de afstand tussen de respectievelijke woonsten is dikwijls groot. Er wordt dan ook heel wat gebeld of gechat om het gemis te compenseren.

En soms blijk je een vriendin te hebben waar nog een groter hoekje af is dan bij jezelf. Een vriendin die om zeven uur ’s morgens thuis vertrekt om anderhalf uur te rijden zodat we een lange babbel kunnen hebben, is iemand uit de duizend. We hadden er beiden duidelijk nood aan en genoten van onze wandeling en levensnoodzakelijke babbel. Zij bewondert ons gezin, maar ik heb voor dat van hen nog veel meer ontzag.

Vriendinnen met een hoekje  af, ze zijn onbetaalbaar. En het mooiste van al is dan nog wel dat ik er niet één, maar verschillende heb. N, K, E, … jullie zijn schatten.

Mist

Mijn hoofd snakt naar rust, mijn lijf is moe. De nachten zitten vol met hersenspinsels die gigantische webben vormen. De voorbije maanden eisen hun tol.

Vandaag maakte ik een ochtendwandeling in een mistige wereld. Langzaam brak de zon echter door de wolken en deze namiddag zag ik een stralend blauwe lucht. Samen met onze prinses genoot ik van de frisse lucht en de warmte van de zonnestralen op mijn blote armen.  Het verstand trachtte ik op nul te zetten en ik leerde de dochter nog een paar veldbloemen herkennen.

Rust, moe zijn, het zal zijn tijd nodig hebben voor ik weer wat onbezorgder tegen het leven aan kan kijken.  Ik geloof nog steeds dat het glas halfvol is, maar veel druppeltjes mogen er nu toch niet meer verloren gaan.

Wachten

Vandaag was een dag van wachten. Wachten op de operatie, wachten op de anesthesist, wachten tot de operatie gedaan is, wachten tot ze weer naar de kamer kan, wachten tot we meer weten… wachten, neen, ik hou er niet van. Gelukkig werd het wachten ook wat onderbroken: een vriendin sprong binnen met een pak lekkere chocolade en een fojne babbel, een andere vriendin maakte tijd voor een lange telefoonbabbel, met vriendin drie en vier werden er berichtjes uitgewisseld via messenger en ook de verpleegsters sprongen eens binnen voor ‘een klapke’.

Het was namiddag tegen dat de dochter eindelijk naar de tweede verdieping mocht. In de operatiezaal vroeg de anesthesist wel nog of ze zelf even van het bed op de tafel wou schuiven. Mijn blik zal boekdelen hebben gesproken, want ze hebben vlug de rolmat genomen om haar te verleggen. Ook heb ik onderhandeld over het in slaap doen. Onze held wil met het masker, de anesthesist wou absoluut met een infuus. Na twee pogingen om een infuus te prikken (met een bange dochter als resultaat) begon hij eindelijk zijn verstand te gebruiken en riep hij er onze dokter Najafi bij. Het besluit was dat ze toch maar met het masker in slaap werd gedaan. Lichte triomf van mijn kant, maar toch ook die frustratie. Waarom luisteren sommige artsen niet wat beter?

Over de operatie zelf weten we nog niets. De chirurg hebben we nog niet gezien. Hopelijk weten we morgen meer. De pijnmedicatie wordt consequent toegediend, de verpleging volgt haar met argusogen en ik laat haar geen minuut alleen.

We hopen op een rustige nacht, we dromen stiekem over naar huis gaan,maar bovenal wachten we nog even verder af.

Alles komt goed?

Deze namiddag hoorde ik op de autoradio een liedje van Bart Van Den Bossche. Alles komt goed, zong hij, en ik huilde. Ik zou hem zo graag geloven en ik wil hem ook best geloven, maar in de auto op weg van het uz naar huis werd het me even te veel. Dochterlief was immers nog in het ziekenhuis en ook ik zou de rit nog eens moeten maken. We kregen net te horen dat haar spiksplinternieuwe poort het weer had begeven. De verbijstering in de ogen van de chirurg sprak boekdelen, maar de beelden met contrastvloeistof lieten geen twijfel meer bestaan. Wat er precies fout loopt, zullen ze pas ontdekken tijdens de operatie morgen. We hopen allemaal dat de zo moeizaam geplaatste katheter kan blijven zitten, maar zelfs dat is geen zekerheid. Het worden weer lange bange uren.

Alles komt goed… maar nu even nog niet… alles komt goed… ooit…

Gesukkel

Gewoon doen, het blijft iets moeilijk. De laatste zeven dagen hebben we zowat dagelijks contact gehad met het ziekenhuis. De poort werkt wel, maar daar is het dan ook mee gezegd. Onder de plakker zien we al bijna een hele week vies vocht verschijnen. In het begin leek dit nog helder roze, maar ondertussen zijn het dikke wit-geel-roze slijmerige draden. Gisteren is er op spoed dan een kweek afgenomen, maar op resultaten moeten we tot morgen wachten. Gelukkig heeft onze prinses geen koorts, maar af en toe krijgt ze toch wel flinke pijnscheuten rond dat ding. Vandaag nam de neuroloog nog wat extra kweken. Hopelijk kunnen al die zoekende artsen de oorzaak van het lek vinden, want op deze manier moet de plakker wel heel vaak gewisseld worden en dit geeft telkens weer een nieuw risico op een infectie.

Ondertussen is de dochter het ziekenhuis meer dan beu. Ze snakt naar gewoon naar school gaan. Haar klas vindt ze super en ze geniet van het contact met haar lieve medeleerlingen, maar ook deze week zal ze maar drie uurtjes kunnen volgen met bednet.

Ziek zijn en tieners, het is een combinatie die af en toe wel voor frustraties kan zorgen. Gelukkig blijft ze tijdens de goede dagen haar vrolijke zelve en geniet ze nog steeds van alle fijne momenten.